Deelsessies

Programma:

Ronde 1

ECONOMISCH LOCATIEBELEID OP BASIS VAN REGIONALE MEERWAARDE
In deze break-outsessie over Beter benutten staat economisch locatiebeleid op basis van regionale meerwaarde centraal. Ruimteschaarste in combinatie met zich opeenstapelende (economische) ruimteclaims dwingt zowel Vlaamse als Nederlandse regio's tot scherpe keuzes: welke ruimtevraag wordt nog gefaciliteerd en onder welke voorwaarden? Twee innovatieve regio’s aan beide zijden van de grens, wisselen in deze sessie ervaring uit rond ‘economisch locatiebeleid’ in een context van ruimteschaarste, waarbij Noord-Brabant/Brainport kan vertellen over haar ervaringen met het opstellen van kaders voor ‘regionale meerwaarde’ en regionale bedrijventerreinprogrammering, en de Leuvense regio ervaringen kan delen over regionale samenwerking rond het accommoderen van ruimtevragen vanuit de innovatieve industrieën. Zo worden onder meer stappen gezet naar bovenlokaal uitgiftebeleid.
VLAIO op zijn beurt lanceerde een raamovereenkomst bovenlokaal uitgiftebeleid. 47 gemeenten zijn ermee aan de slag gegaan in de eerste golf. Een hernieuwing van de overeenkomst is opgestart.

Deelnemers leren in deze sessie onder leiding van Michiel Van Damme, Projectadviseur Ruimtelijke Economie bij VLAIO en Bas Dijkhuizen (vakjournalist, vakblad BT):

  • Waar afwegingen over bedrijventerreinen plaatsvinden: lokaal, regionaal of nationaal
  • Welke afwegingskaders worden gebruikt om regionale meerwaarde te bepalen
  • Hoe je regionale meerwaarde vertaalt naar economisch locatiebeleid en uitgifteprotocollen

.Maikel Denissen, procesmanager economie Metropoolregio Eindhoven (MRE)
.Jody Broeders, Provincie Noord-Brabant
.
Han Vloeberghs, economic policy advisor, Stad Leuven
.Bram Adams, coördinator projectontwikkeling, Interleuven
.
Jan Boots (CityD-Wes Group), projectleider bovenlokaal uitgiftebeleid voor bedrijventerreinen, Houthalen-Helchteren – Genk  

Ronde 1

OPTIMALE BENUTTING KADES & WATERGEBONDEN BEDRIJVENTERREINEN
De Vlaamse Waterweg N.V. (DVW) stuurt binnen het publieke domein naar een optimale aanwending van private en publieke kades langs de Vlaamse waterwegen. Dit doen ze onder meer door de bouw van private kades via een PPS-constructies. DVW gebuikt ook concessiemodellen waarin financiële prikkels verladers bewegen tot het vervoeren van zoveel mogelijk tonnage over het water.

Maar naast kades speelt ook het vraagstuk van de achterliggende bedrijventerreinen. Achterliggende gronden kunnen een hubfunctie vormen voor nog meer watergebonden overslag maar worden ook vaak ingenomen door bedrijven zonder watergebonden productie. DVW werkt hierin samen met regionale partners - zoals POMs, intercommunales en Vlaamse departementen -om ervoor te zorgen dat watergebonden bedrijventerreinen functioneel zo goed mogelijk ingevuld en verbonden zijn met de bevaarbare waterwegen. 

De twee opgaves komen onder meer samen in het economische netwerk Seine Schelde (ENES), de economische poot van het Seine-Scheldeproject via een optimale aanwending van (nieuwe) kades en achterliggende bedrijventerreinen. Door te sturen in functie van ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’, door inzet van uitgifte- en RO-instrumenten, en met financiële prikkels wordt gestuurd richting modal shift.  

U leert in deze sessie onder leiding van expert Marije Groen, Principal Consultant bij Buck Consultants International (BCI):

  • Hoe De Vlaamse waterweg met diverse uitgiftemodellen en financiële prikkels stuurt op optimale benutting van kades voor de modal shift
  • Hoe e.e.a. past binnen Europese regels
  • Hoe netwerken de opdracht opnemen om samen met regionale partners te sturen via ruimteregels en samenwerking op een optimale aanwending van achterliggende, watergebonden bedrijventerreinen
  • Hoe dit alles concreet vorm krijgt in het Seine Schelde-project, het economisch netwerk Albertkanaal of de Opwaardering van de ABC-as. 

Sprekers:
.Els T’ Kindt, accountmanager bij De Vlaamse Waterweg
.Tom Dumez, beleidsadviseur bij De Vlaamse Waterweg

Moderatie: Marije Groen, Buck Consultants International

Ronde 1

ECONOMISCH HERONTWIKKELEN MET EEN PPS
In deze break-outsessie over Herontwikkelen staat economisch herontwikkelen via publiek-private samenwerking (PPS) centraal. De kernvraag is wat Vlaanderen en Nederland van elkaar kunnen leren bij het aanpakken van complexe en financieel risicovolle herontwikkelingsopgaven. Herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen vraagt vaak om forse investeringen, terwijl opbrengsten en kosten niet altijd op dezelfde plek landen, zeker niet in de tijd. Een goede PPS kan dit soort 'ongemakken' neutraliseren.

De sessie vertrekt vanuit de Vlaamse praktijk, waar in de oude Petroliumhaven in Antwerpen Bopro en de publieke ontwikkelingsmaatschappij AG Vespa (gemeente Antwerpen) samen een state-of the art, eco-efficiënt bedrijvengebied ontwikkelen. Hoe zijn de baten en lasten verdeelt? Hoe sturen beide partners op een gewenste ontwikkeling? Welke uitgiftcriteria hanteren ze daarbij? Hoe compenseren ze lucratieve ontwikkelingen met verlieslatende activiteiten? We spiegelen dit aan Nederlandse casuïstiek. De herontwikkeling van voormalige Philips-site Strijp-T in Eindhoven naar nieuw economisch gebruik dat zuiver genomen een private vastgoedontwikkeling is, maar met en sterk partnerschap met de gemeente, en het Innovatiekwartier Den Bosch (IKDB), dat weer een zuivere PPS is, zowel voor gebiedsontwikkeling, vastgoedontwikkeling en eigendom. 

Deelnemers leren in deze sessie:

  • Verschillen in PPS-aanpak tussen Vlaanderen en Nederland.
  • Verschillende samen van hoe je de marktselectie organiseert wetgeving overheidsopdrachten); komen tot een samenwerkingspartner
  • Hoe je gezamenlijk tot publieke- en private partners samen tot goede afspraken komen in een PPS bijvoorbeeld rond uitgifte en 'duurbeleid', en hoe deze ook geborgd zijn;
  • Hoe je publieke wensen/eisen met private doelen matcht, en hoe dit gedurende het (lange) project flexibel en wendbaar kan worden geborgd.

Sprekers:
.
Dimitri Torfs (Bopro) over de publiek private samenwerking (PPS) die is opgezet bij de (her)ontwikkeling van het binnenstedelijke bedrijventerrein Blue Gate Antwerp.
.
Juul van Hout en Walter Stam, resp. adviseur vastgoed- en gebiedsontwikkeling en partner bij Akro Consult Eindhoven

Moderatie: Maarten Bettens, ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV)

Ronde 1

VLAAMS BEDRIJVENTERREINMODEL: STREEKINTERCOMMUNALES & TERUGKOOPRECHT
Vlaanderen telt twaalf streekintercommunales die taken uitvoeren waar gemeenten de capaciteit en kunde voor ontberen. Streekintercommunales treden in opdracht van aangesloten gemeenten op als publieke ontwikkelaar van bedrijvenerreinen. Ook na gronduitgifte houden de streekintercommunales duurzaam grip op het gebruik van bedrijventerrein via het Vlaamse 'terugkooprecht’.

Na een introductie over de cruciale rol van de Vlaamse streekintecommunales als publieke ontwikkelaar voor gemeenten, leer je hoe het terugkooprecht werkt en hoe dit naar de Nederlandse situatie vertaald zou kunnen worden.

De basis voor het terugkooprecht ligt in de ‘Wet Economische Expansie’ van 1970. Als in de jaren zeventig bedrijventerreinen werden aangelegd met financiering van de staat in het kader van deze wet, dan werd er een ‘recht op wederinkoop’ op de verkoop en de volgende verkoop bedongen met een kettingbeding. Dat terugkooprecht werkt tot de dag van vandaag door en is eeuwigdurend. Het wederinkooprecht is inmiddels onderdeel van het Vlaams decreet Ruimtelijke Economie.

Deelnemers leren in deze sessie:

  • Wat de bevoegdheden zijn van streekintercommunales en hoe ze tewerk gaan;
  • De werking van het Vlaamse terugkooprecht;
  • Juridische voorwaarden en aandachtspunten;
  • Effecten op grip op grondgebruik en ruimtekwaliteit;
  • Hoe en onder welke voorwaarden een terugkooprecht ook in Nederland toegepast zou kunnen worden

Sprekers:
.
Dimitri Deiteren, adjunct-diensthoofd projectontwikkeling & projectcoördinator bedrijventerreinen, IOK
.Toon Otten, directeur, IOK

Co-referent:
Frank Hazeleger, voorzitter Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), directeur NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU)

Moderatie: Jan Jager, hoofdredacteur BT

Ronde 1

EXCURSIE PER FIETS NAAR HET KAAIDISTRICT: TRANSFORMATIE NAAR EEN GEMENGD EN TOEKOMSTBESTENDIG STADSDEEL*

In deze excursie per bus staat de herontwikkeling van het Kaaidistrict in Sint-Pieters centraal. Dit verouderde, gefragmenteerde bedrijventerrein langs de Sint-Pieterskaai vormt momenteel een barrière tussen de historische binnenstad van Brugge en de noordelijke wijken. 
De uitdaging is groot: hoe transformeer je een zone met complexe eigendomsstructuren en zware industrie naar een kwalitatieve plek waar wonen, werken en winkelen hand in hand gaan? Brugge zet hierbij vol in op een ambitieuze mix van een ‘Retailcluster’, een ‘Foodhub’ en een ‘Makersdistrict’ voor de innovatieve maakeconomie.

Tijdens het bezoek op locatie krijg je inzicht in hoe het nieuwe Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) fungeert als hefboom voor deze transitie. We duiken in de publiek-private samenwerking waarbij de stad Brugge regie voert over de kwalitatieve ambities, terwijl private partners de concrete invulling van locaties zoals een voormalige Slachthuissite en Gamma-site realiseren. Ook de rol van het Europese Re-Value netwerk bij het creëren van een klimaatneutraal stadsdeel komt aan bod.

Deelnemers leren tijdens deze excursie:

  • De uitgangssituatie: Hoe een versnipperde eigendomssituatie en milieuhinder-contouren de huidige dynamiek van het gebied bepalen.
  • Het plan en de ambitie: De visie achter de functieverweving en de strategische inzet op de ‘maakeconomie’.
  • De uitvoering: De rolverdeling tussen overheid en ontwikkelaars, het inzetten van instrumenten zoals het RUP en de kracht van bovenlokale samenwerking.

De excursie vindt plaats per fiets en wordt verzorgd door de Stad Brugge. Vertrekpunt is het Bruges Meeting & Convention Centre, let op: er zijn 15 fietsen beschikbaar.
* De excursie vindt ook plaats in ronde 2 van 14.30 tot 16.00.

Ronde 2

PUBLIEKE FINANICIERINGSMODELLEN VOOR HERONTWIKKELINGSOPGAVEN
In deze tweede break-outsessie binnen het thema Beter benutten, staan publieke financieringsmodellen voor herontwikkelingsopgaven centraal. Uitgangspunt is een Vlaams-Nederlandse uitwisseling over de noodzaak, organisatie en randvoorwaarden bij de inzet van deze publieke financieringsmodellen, bijvoorbeeld voor herstructurering, intensivering en reactivering bedrijvengronden, tot onrendable top-financiering.

Uitgangspunt daarbij is de Nederlandse praktijk. Op verschillende overheidsniveaus zijn met publieke middelen investeringsfondsen in het leven geroepen, die ingezet worden voor opgaven die de markt laat liggen. Voorbeeld is het Perspectiefonds Gelderland (PFG) met 200 miljoen euro aan kapitaal, dat onder meer ingezet mag worden voor het versterken van het vestigingsklimaat. Daarmee kon ontwikkelingsmaatschappij Oost NL, beheerder van fonds, deelnemen in een pps voor de herontwikkeling van het Kema-terrein tot Electricity Campus. 

Recent riep de provincie de OHG-impuls in het leven, waarvoor het tot nog toe 9 miljoen reserveerde voor opkoop, sloop, sanering en bouwrijp maken van verouderde bedrijvenlocaties door de uitvoerende Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG). 
Andere voorbeelden zijn het herstructureringsfonds en het intensiveringsfonds van de provincie Utrecht met een soortgelijk oormerk waar het provinciebestuur opgeteld 60 miljoen voor uittrok. De uitvoerende Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) zet de middelen voor zover mogelijk revolverend in, en jaagt met leningen gebiedstransformaties aan, wanneer de bank het laat afweten. 
 
De inzet van deze fondsen genereren daarmee een belangrijke maatschappelijke meerwaarde, maar inzet ervan vergt uiterste behoedzaamheid in verband met staatsteun.
 
Tijdens deze sessie leert u:

  • Hoe publieke financieringsmodellen in verschillende Nederlandse regio’s in opkomst zijn om ontwikkelingsopgaven te financieren;
  • Wat de ‘rollen’ zijn van verschillende publieke instanties bij de inzet van fondsen: van regie tot financiering en uitvoering;
  • Aan welke voorwaarden de inzet van deze fondsen is gebonden, en hoe fondsen zelf voorwaarden verbinden aan verstrekking van middelen, mede afhankelijk van de beheerorganisatie;
  • Hoe beheerorganisaties zoals publieke ontwikkelingsmaatschappijen de keuze maken tussen zelf doen en overlaten aan de markt; 
  • Hoe en onder welke voorwaarden een landelijke structuur van publieke financieringsmodelen wenselijk is, zowel in Vlaanderen als Nederland

Sprekers:
.
Frank Hazeleger, voorzitter Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), directeur NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU)
.
Rikus Wolbers, senior projectmanager Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor Oost Nederland (Oost NL)

Co-referent:
.Kris Vreys, voorzitter Vlinter, directeur IOK

Moderatie: Koen Vermoesen, Diensthoofd Ruimtelijke Economie, VLAIO

Ronde 2

STUREN OP STRATEGISCHE UITBREIDING & SCHUIFRUIMTE VOOR EEN WEERBARE ECONOMIE
De druk op de ruimte is in zowel Vlaanderen als Nederland dusdanig groot dat  er zo efficiënt mogelijk mee om moet worden gegaan. Maar om als economie flexibel, wendbaar en weerbaar te zijn, moet je ruimte achter de hand hebben, al dan niet in tijdelijk gebruik. Denk aan schuifruimte om activiteiten te herschikken, ruimte voor circulaire economie of ruimte voor defensie-industrie. Een robuuste economie vraag om een surplus aan ruimte, om strategische reserves, die zo flexibel ingezet kunnen worden. 

Deze sessie verkent hoe Vlaanderen en Nederland omgaan met strategische uitbreidingsruimte en schuifruimte. Wie speekt daarbij welke rol? Hoeveel ruimte reserveer je, voor welke functies en met welk doel? Welke beleidskeuzes zijn nodig om toekomstige economische dynamiek niet vast te zetten? Ook wordt gekeken waar beide landen van elkaar kunnen leren en/of samenwerking meerwaarde kan bieden.

Deelnemers leren in deze sessie:

  • Hoe je de behoefte aan strategische schuifruimte bepaalt
  • Hoe je strategische schuifruimte meeneemt in je plannen, ook financieel
  • Hoe je strategische schuifruimte tijdelijk kunt benutten

Sprekers:
.
Robin Verbeke, Voka, klankbordgroep Actieplan ruimte voor bedrijvigheid van de Vlaamse regering
.
Luc de Houwer, Stad Antwerpen & eveneens lid klankbordgroep Actieplan ruimte voor voor bedrijvigheid

Moderatie: Theo Föllings, directeur programma's Oost NL, voorzitter Eurada

Ronde 2

STUREN OP GEWENSTE HERONTWIKKELING MET EEN BROWNFIELDCONVENANT
In de tweede break-outsessie over Herontwikkelen staat de vraag centraal hoe bij herontwikkeling publieke doelen en private belangen effectief met elkaar kunnen worden gematcht. Herontwikkeling is immers geen doel op zich. Te vaak lag de nadruk op transformatie van waardevolle economische ruimte naar wonen. Bij economisch hergebruik is soms sprake van opvolging van hoogwaardige door laagwaardiger activiteiten.

Maar voor een ontwikkelaar moet er wel gewoon een goede businesscase liggen.

De sessie verkent de rol van de overheid als ‘publieke opdrachtgever’, maar ook van publieke en private partners in een PPS. Hoe zorg je voor een balans tussen maatschappelijke opbrengst (tewerkstelling) en een goede businesscase vanuit vastgoedwaarde bekeken? Hoe zorgt je voor win-wins?

Dit alles binnen de context van het brownfield convenant, een wettelijke regeling waarmee de Vlaamse overheid herontwikkelingen met meerdere eigenaren fiscaal en met proceshulp stroomlijnt (toelichting door Gert de Smedt, coördinator brownfieldconvenanten, VLAIO)

Dat doen we aan de hand van een dialoogsessie met betrokken publieke en private partners bij de herontwikkeling van drie brownfieldlocaties, aan de hand van drie gesprekspunten:
1. Wat was de uitgangssituatie per locatie, bijvoorbeeld rond eigendom?
2. Wat waren de publieke doelen die gesteld werden en hoe zijn deze geborgd, bijvoorbeeld in een uitgifteprotocol?
3. Hoe heeft een en ander uitwerking gekregen in planvorming, samenwerking en uitvoering?

De volgende projecten staan daarbij centraal:

De Ford-site in Genk, waar de Vlaamse overheid met private partners een nieuwe logistiek cluster ontwikkelde waarbij gestuurd werd op een bepaalde ondergrens aan werkgelegenheid met onder meer Intervest als investeerder;

Entertainment Valley in Haacht, waar overheid en marktpartijen in nauwe samenwerking een watergebonden site herontwikkelden tot entertainment- en technologiehub voor bijvoorbeeld de productie van grote podia, ondanks complexe opgaven rond erfgoed, water en bereikbaarheid;

En Manchestersite in Huizingen (gemeente Beersel), waarbij drie partijen (POM Vlaams-Brabant, Jeni Real Estate en de eigenaar van voormalige Papierfabriek Catala in Huizingen met een brownfieldconvenant bij elkaar zijn gebracht en samen in een PPS-constructie werken aan nieuw bedrijventerrein voor MKB-bedrijven, waarbij de voormalige papierfabriek een eigen invulling krijgt. 

Deelnemers leren in deze sessie:

  • Sturingsmogelijkheden bij het in de markt zetten van terreinen
  • Verschillende herontwikkelingsmodellen en hun effecten
  • Verdeling van publieke en private rollen en regie

Sprekers:
.
Ivo Van Hauten, Accountmanager Ruimtelijke Economie bij VLAIO
.
Stijn Van achter, Country Directeur Intervest
.W
im Van Asschot, Adviseur Vlaamse Investeringsprojecten (VIP), Departement Omgeving (Entertainment Valley)
.Piet Kiekens, senior real estate developer, Jeni Real Estate
.
Gert de Smedt, coördinator brownfieldconvenanten, VLAIO

Moderatie: Jan Jager, hoofdredacteur BT

Ronde 2

TENDEREN VOOR HET BEDRIJVENTERREIN VAN MORGEN
In deze tweede break-outsessie over Grip op grond en ruimtegebruik staat tenderen en selectieve kaveluitgifte centraal, als instrument om in tijden van schaarste bewust te sturen op maatschappelijke doelen, zonder de innovatiekracht van de markt te verliezen. De sessie bestaat uit twee praktijkcases een Vlaamse en een Nederlandse. Deze cases sluiten aan bij de centrale vraag wat beide van elkaar kunnen leren bij het vormgeven van toekomstbestendige bedrijventerreinen.

De sessie vertrekt vanuit de Vlaamse praktijk in Midwest-Vlaanderen. Daar ontwikkelen WVI en de Stad Tielt het bedrijventerrein Tielt Noord: 29 hectare aan toekomstgerichte bedrijfsruimte. De belangstelling is groot; de vraag naar kavels is vele malen hoger dan het aanbod. Dat maakt een klassieke uitgifte op basis van volgorde of prijs ongeschikt.
Naar aanleiding van het omstreden Didam Arrest in Nederland hanteert Deventer bij de uitgifte van kavels op Bedrijvenpark A1 een streng puntensysteem in lijn met dit arrest. Belangrijk criterium voor de gemeente Deventer is dat lokale maakbedrijven voorrang krijgen bij de toewijzing van een kavel.

Deelnemers leren in deze sessie:

  • Sturen op maatschappelijke doelen via kaveluitgifte
  • Hoe vind je bij kaveluitgifte een balans tussen fasering en flexibiliteit
  • Inzet van tendering bij schaarse ruimte
  • Grenzen en mogelijkheden van selectie door de overheid

Sprekers:
.
Jinne Wijnnobel (Coördinator Ondernemen bij West-Vlaamse Intercommunale (WVI) over hoe de stad Tielt samen met deze intercommunale de uitbreiding toekomstgericht invult.
.
Ronald Bolderman, marketing- en acquisitiemanager op de afdeling PRO (Projecten, Ruimtelijke Ontwikkeling) bij de gemeente Deventer. 

Moderatie: Bas Dijkhuizen, vakredacteur BT

Ronde 2

EXCURSIE PER FIETS NAAR HET KAAIDISTRICT: TRANSFORMATIE NAAR EEN GEMENGD EN TOEKOMSTBESTENDIG STADSDEEL
In deze excursie staat de herontwikkeling van het Kaaidistrict in Sint-Pieters centraal. Dit verouderde, gefragmenteerde bedrijventerrein langs de Sint-Pieterskaai vormt momenteel een barrière tussen de historische binnenstad van Brugge en de noordelijke wijken. 
De uitdaging is groot: hoe transformeer je een zone met complexe eigendomsstructuren en zware industrie naar een kwalitatieve plek waar wonen, werken en winkelen hand in hand gaan? Brugge zet hierbij vol in op een ambitieuze mix van een ‘Retailcluster’, een ‘Foodhub’ en een ‘Makersdistrict’ voor de innovatieve maakeconomie.
Tijdens het bezoek op locatie krijg je inzicht in hoe het nieuwe Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) fungeert als hefboom voor deze transitie. We duiken in de publiek-private samenwerking waarbij de stad Brugge regie voert over de kwalitatieve ambities, terwijl private partners de concrete invulling van locaties zoals een voormalige Slachthuissite en Gamma-site realiseren. Ook de rol van het Europese Re-Value netwerk bij het creëren van een klimaatneutraal stadsdeel komt aan bod.

Deelnemers leren tijdens deze excursie:

  • De uitgangssituatie: Hoe een versnipperde eigendomssituatie en milieuhinder-contouren de huidige dynamiek van het gebied bepalen.
  • Het plan en de ambitie: De visie achter de functieverweving en de strategische inzet op de ‘maakeconomie’.
  • De uitvoering: De rolverdeling tussen overheid en ontwikkelaars, het inzetten van instrumenten zoals het RUP en het belang van bovenlokale samenwerking.

De excursie vindt plaats per fiets en wordt verzorgd door de Stad Brugge. Vertrekpunt is het Bruges Meeting & Convention Centre, let op: er zijn 15 fietsen beschikbaar.

VNBC Banner